donderdag 18 februari 2016

Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God




Het lied van Ruth

Een lied dat Stef Bos schreef naar aanleiding van het Bijbelboek Ruth. Het idee voor dit lied ontstond tijdens een verblijf in Zuid- Afrika, vandaar dat de tekst in het Afrikaans is ge- schreven. Voor Stef Bos is het lied van Ruth, het lied van de vreemdeling die wil integreren met alle moeilijkheden van dien. Met name de overgave van Ruth heeft hem erg geïnspireerd.



Lied van Ruth

Ek is n vreemde hier
Ek het my land gelos
Ek het jou pad gekruis
Ek het jou spoor gevolg

Jy het gese gaan terug
Moe nie op my vertrou
Maar jy s n deel van my
Wat doen ek sonder jou

En ek weet die toekoms is onseker
En die donker is digby
En ek weet ons wag n lang reis
Reg deur die woestyn

Maar jou land is my land
Jou volk is my volk
Jou taal is my taal
Jouw God is my God
Jou droom is my droom
Jou pad is my pad
Jou toekoms my toekoms
Jou hart in my hart

Ek weet jou volk is bang
Voor ons wat anders is
Maar ek sal brugge bou
Daar waar die afgrond is

En ek sal terugverlang
Wanneer die wind sal waai
Wat uit die suide kom
Van my geboorte grond

Maar ek sal sterk wees
En ek sal oorleef
Want ek wil naas jou staan
Al sal dit moeilyk wees

Maar jou land is my land
Jou volk is my volk
Jou taal is my taal
Jouw God is my God

Jou droom is my droom
Jou pad is my pad
Jou toekoms my toekoms
Jou hart is my hart

My deel is jou deel


Ruth
Veel mensen in Israël vertrouwden God niet meer en aanbaden valse goden. Er was toen veel hongersnood, en dieren en mensen stierven van de honger. Een man, Elimelek, kwam uit Bethlehem en moest uitwijken naar Moab, samen met zijn vrouw, Naomi. Deze hadden ook twee zonen, Chilion en Mahlon. De twee zonen huwden met twee Moabititsche vrouwen, Orpah en Ruth. Het ging een tijdje niet goed met dit gezin en Elimelek, de vader van het gezin sterft. Een tijdje later sterven ook de twee zonen, en blijft Naomi achter met Orpah en Ruth.
Naomi wil terugkeren naar Israël, maar weet niet wat ze met Orpah en Ruth moet doen. Ze adviseert hen om in Moab te blijven en om allebei een nieuwe man te zoeken. Orpah keert terug naar haar familie, maar Ruth belooft om bij haar schoonmoeder te blijven.

Ze is zich bewust van het feit dat ze een vreemdeling is, de taal niet spreekt en dat haar toekomst onzeker is, een duister pad waar ze zich op begeeft. Toch is ze vol vertrouwen en gaat de weg die voor haar ligt, de weg waar toe God haar geroepen heeft.
Ze zegt: “Ik laat u niet in de steek. Waar u heen gaat, daar ga ik heen. Waar u woont, daar wil ik ook wonen. Uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God. Waar u sterft, daar wil ik ook sterven, en daar wil ik ook begraven worden”.
Ruth bekeert zich vanaf nu tot de God van Israël, maar moet vanwege moeilijke economische omstandigheden leven van het graan dat achterblijft bij de oogst van de rijkere Joodse boeren. 


Straks zal Ruth in Bethlehem Boaz ontmoeten. En uit hun nakomelingen zal Jezus de Messias worden geboren. Ruth staat daarmee qua geslachtsregister in de lijn van Jezus. Maar ze staat ook in haar levenshouding al in de lijn van Jezus. Je ziet in haar al de trekken oplichten van de Messias. Wat een moed om oude zekerheden los te laten. Wat een lef om grenzen over te gaan. Wat een vertrouwen dat er in dat vreemde land en in die onbekende toekomst ook een weg zal zijn die zij kan gaan. Wat een trouw om Naomi niet in de steek te laten. Wat een comitment om lief te hebben tot het uiterste. Wat een groot hart om haar leven te geven voor de ander. Ja er is iets in Ruth dat ver uit gaat boven wat van haar mag worden verwacht

In iemand als Ruth zien we iets van Gods hart. In en door iemand als Ruth zullen we mensen iets  ontdekken van wie God is en wil zijn voor alle mensen. God komt onder de mensen van Bethlehem in de gestalte van iemand als Ruth. Een vreemdeling, een buitenlander. Een vluchtelinge, een asielzoekster. En juist in die gestalte van een medemens in nood is hij dichterbij dan mensen ooit kunnen vermoeden. Toen en ook nu: Ik was hongerig en jij gaf mij te eten. Ik was een vreemdeling, je liet me binnengaan. En wat je ooit gedaan hebt aan de minste van mijn broeders, zusters, zegt Jezus, dat heb jij aan mij gedaan…


(muziek; Stef Bos, Laatste stuk tekst; Jaap Hansum)




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen