zondag 7 juni 2020

Dit is wat ik heb, het is niet zoveel

Ik kan vaak moeilijk denken in wat ik allemaal wel en niet (goed) moet doen.
Dat is een speciale doel moet hebben in het leven enzo, dat het vooral iets betekenisvol moet zijn, of groots.
Ik hoorde dit lied van Delise op Groot Nieuws Radio en dat deed me wel weer relativeren.


Kleine dingen

Kijk, hier ben ik. Dit is wat ik heb.
Het is niet zo veel. Maar alles wat ik geven kan.
Dit is het dan.

Gebruik het maar. Gebruik het helemaal.
Ik wacht wel af.
‘n Beetje bang voor wat me te wachten staat.
Of misschien wel anders gaat.

Ik kom bij U met wat kleine, kleine dingen:
een beetje talent en een handjevol tijd.
Maar het wonder zit ‘m niet in wat ik heb te brengen.
Het wonder zit ‘m daar in wat U, wat U ermee bereikt.

Zo vaak denk ik: wie ben ik dat U mij gebruiken wilt?
En dan voel ik toch die twijfel weer:
is wat ik heb écht wel goed genoeg?

Ik kom bij U met wat kleine, kleine dingen:
een beetje talent en een handjevol tijd.
Maar het wonder zit ‘m niet in wat ik heb te brengen.
Het wonder zit ‘m daar in wat U, wat U ermee bereikt.

U laat me niet los, U laat me niet los.
En dat is alles wat ik nodig heb.
U laat me niet los, U laat me niet los.
En dat is alles wat ik nodig heb.

Ik kom bij U met wat kleine, kleine dingen:
een beetje talent en een handjevol tijd.
Maar het wonder zit ‘m niet in wat ik heb te brengen.
Het wonder zit ‘m daar in wat U, wat U ermee bereikt.


dinsdag 31 maart 2020

Lift up your hands


Exodus 17:8-16 (Het Boek)
8Toen verschenen de Amalekieten op het toneel en vochten bij Refidim tegen de Israëlieten. 9Mozes zei tegen Jozua: ‘Roep de mannen te wapen en vecht tegen het leger van Amalek. Morgen zal ik op de heuveltop staan met de staf van God in mijn hand!’
10Jozua verzamelde zijn mannen en trok ten strijde.
Ondertussen beklommen Mozes, Aäron en Chur de heuvel. 11Telkens wanneer Mozes zijn hand omhoog deed, had Israël de overhand, maar wanneer zijn hand niet meer omhoog was, was Amalek de winnende partij. 12Toen hij last kreeg van vermoeidheid, rolden zij een steen naar hem toe, waarop hij kon zitten. Aäron en Chur stonden naast hem en hielden zijn armen omhoog tot zonsondergang. 13Zo overwon Jozua de Amalekieten en hij vernietigde hen.
14En de Here beval Mozes: ‘Leg deze gebeurtenissen vast zodat ze niet worden vergeten. En prent Jozua in dat Ik de herinnering aan Amalek voor altijd zal laten verdwijnen.’ 5Toen bouwde Mozes een altaar en noemde het: ‘De Here is mijn banier.’ 16Hij riep uit: ‘De hand van de Here beschermt ons vanuit de hemel en Hij voert onze strijd tegen Amalek van generatie op generatie.’

Mozes met de armen omhoog: wat een krachtig en fascinerend beeld voor ons gebedsleven! Wat zou het prachtig zijn als al onze gebeden (bij ziekte om genezing, bij verleiding om kracht, bij moeilijke keuzes om wijsheid) net zo zouden worden verhoord als Mozes’ gebed om overwinning in de strijd.

Met opgeheven arm
Met opgeheven arm Na de bevrijding uit Egypte zijn er tijdens de tocht door de woestijn steeds tegenslagen. Telkens opnieuw moeten Gods kinderen leren vertrouwen op de kracht van de HEER die hen ‘met sterke hand en opgeheven arm’ heeft gered. Nu is er een vijandig volk: Amalek. Wat te doen? De HEER geeft deze keer geen opdracht aan Mozes. Mozes voelt aan wat hij moet doen: de staf van God omhoog houden. Het is de staf van redding en kracht. Jonge mannen vechten in het dal, drie oudere mannen richten zich met een gebed zonder woorden tot de hemel. Ook bidden blijkt zwaar en vermoeiend werk te zijn, waarbij je ondersteuning nodig hebt, maar het is absoluut onmisbaar! 


De vijand
Amalek verschijnt hier op het toneel (zie ook Deut. 25:17-18). Dit is niet zomaar een volk. Amalek (kleinzoon van Ezau) staat symbool voor dé vijand, hét kwaad. Dat moet worden uitgeroeid (Gen. 3:15). Het is het volk dat niet mag bestaan (wat tegelijk ook moeilijk te verteren is: vandaag noemen we dat genocide). Hier wordt een verhaal van geestelijke strijd verteld en dus ook over de onmisbare rol van gebed: ‘Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. Laat u bij het bidden leiden door de Geest’ (Efe. 6:11,18). 


Overwinning
Al vechtend én bidden wordt de overwinning behaald. Dat mag niemand vergeten en daarom wordt het vastgelegd (in een oorkonde, of een boek). En zo wordt het verhaal doorverteld, als bemoediging voor mensen die willen (blijven) bidden maar dat vaak moeilijk vinden. En tegelijk doet Mozes ons aan Jezus denken, die voorbede voor ons doet (Rom. 8:34; Heb. 4:14-16; Heb. 9:24). Er komt ook een altaar met een naam: De HEER is mijn banier (vlag van overwinning). Het kruis op Golgota is ook een banier: teken van Christus’ overwinning op de kwade machten. 


De armen omhoog
Voorbede doen voor onszelf en voor andere mensen die in de geestelijke strijd staan: het is ongelooflijk belangrijk.
We hebben daarin bemoediging en aansporing nodig:
1.     Ken de HEER! Hij is overwinnaar, de God die met sterke hand en opgeheven arm ons telkens redt. In Christus zijn wij meer dan overwinnaars.

2.     Zie de geestelijke strijd! Er is zoveel dat ons vervreemdt van God en van de navolging van Jezus. Sluit daar je ogen niet voor.

     3. Gebruik het gebed als wapen! Laat deze waarheid tot je doordringen: “De grootste zorg van de duivel is: heiligen bij het gebed vandaan houden. Hij heeft niets te vrezen van gebedsloze studies, gebedsloos werk, gebedsloze godsdienst. Hij lacht om onze inspanning, hij spot met onze wijsheid, maar hij beeft wanneer wij bidden” (Samuel Chadwick: “The one concern of the Devil is to keep the saints from praying. He fears nothing from prayer-less studies, prayer-less work, prayer-less religion. He laughs at our toil, mocks at our wisdom, but trembles when we pray”).


(tekst van Jos Douma)




Geloven in je eentje is niet vol te houden, ook bidden en strijden niet. Maar het hoeft ook niet. We mogen elkaar daarin ondersteunen. Er voor de ander zijn. Juist ook in de strijd. Dat gevecht tegen het kwaad, de duisternis, de machten, dat houden we in ons eentje niet vol. Daar heb je steun bij nodig. Daar hebben we elkaar voor nodig.






Nou, ik weet dat je hart gebroken is
En het voelt alsof je niets meer over hebt
En je kunt je lied niet vinden omdat je niet eens kunt praten
Je probeert gewoon de volgende ademteug te halen

En je bevindt je hier op dit moment
Waar we allemaal bij elkaar zijn gekomen om te prijzen
En hoewel je zou willen dat je het deed, heb je niets te geven
Het is genoeg dat je er toch bent

Dus laat me opstaan en zingen over Zijn goedheid
Laat me een lied in jouw plaats zingen
Omdat ik weet dat Hij altijd bij ons zal zijn
Zelfs als we Zijn gezicht niet kunnen zien
Ik ga zingen voor degene die trouw is
Hoewel de strijd nog niet voorbij is
En ik zal je stem zijn totdat je weer kunt
En ik steek je handen op als je dat niet kunt

Op een dag loop ik door de schaduwen
Te moe en uitgeput om op te staan
En ik heb je naast me nodig
Om dit nummer nog een keer te verheffen

I lift up your hands when you can’t

Mark Schultz

(tekening bovenaan is door mij gemaakt)


maandag 23 maart 2020

Staak de strijd, erken dat Ik God ben

HSV
Psalm 46

2God is ons een toevlucht en kracht;
Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden.
3Daarom zullen wij niet bevreesd zijn, al veranderde de aarde van plaats
en werden de bergen verzet naar het hart van de zeeën.
4Laat haar water bruisen, laat het schuimen,
laat de bergen beven door haar onstuimigheid.
5De beekjes van de rivier verblijden de stad van God,
het heiligdom, de woningen van de Allerhoogste.
6God is in haar midden, zij zal niet wankelen;
God zal haar helpen bij het aanbreken van de morgen.
7De heidenvolken tierden, de koninkrijken wankelden;
Hij liet Zijn stem klinken: de aarde smolt weg.
8De HEERE van de legermachten is met ons;
de God van Jakob is voor ons een veilige vesting.
Kom, zie de daden van de HEERE,
Die verwoestingen op de aarde aanricht;
10Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde,
de boog breekt en de speer in stukken slaat,
de wagens met vuur verbrandt.
11Geef het op en weet dat Ik God ben;
Ik zal geroemd worden onder de heidenvolken,
Ik zal geroemd worden op de aarde.
12De HEERE van de legermachten is met ons;
de God van Jakob is voor ons een veilige vesting.


God is voor ons een veilige schuilplaats; in nood kun je op Hem aan, Hij is eerste hulp in nood,
Zeg jij dat na? Is God zo voor je?
In vervolg van de Psalm gaat het over dingen die je kunnen treffen maar die je niet van God afhouden.
We maken nu moeilijke tijden mee, alles is veranderd nu het coronavirus zich verspreid.
Zo kan er ook in ons leven reden zijn voor grote angst, bezorgdheid en rusteloosheid.
Als je aan die angsten denkt , zegt niet iedereen Psalm 46 gauw na.
God is niet alleen een schuilplaats, Hij is ook onze hulp.
Hij nodigt jou en mij uit om naar Hem toe te komen met onze angsten, verdriet en zorgen.
Hij is bij ons.
God belooft: Ik zal je helpen. Want Ik draag je, dag aan dag. Ook bij het aanbreken van de morgen na slapeloze nachten. Ja, elke dag opnieuw ben Ik er voor je.




Matheüs 28:18b en 20b (Bijbel in gewone taal)
Jezus zei: “God heeft Mij alle macht gegeven, in de hemel en op de aarde.
En vergeet nooit: Ik ben altijd bij jullie, totdat de nieuwe wereld komt”.

Vers 11 van Psalm 46; Staak de strijd, geef het op, en erken, weet, dat Ik God ben.
Wordt ook vertaald als; “Wees stil en weet dat Ik God ben”.
Op het moment moeten we leren loslaten, dat is best moeilijk. We willen zo graag alles zelf doen, de controle in handen houden en we strijden door.
Maar God zegt:”Wees stil en erken dat ik God ben.
We mogen kijken op het kruis, het open graf, het lijden, sterven en opstanding van Jezus.
We mogen bidden en zo onze hulp zoeken bij God.




Gebed;

Almachtige God,
help ons om te vertrouwen op Uw machtige daden.
Here Jezus, U bent overwinnaar.
Neem onze angsten weg.
Amen





dinsdag 4 februari 2020

Er is iets dat je moet weten

Wat je hebt in jouw Herder
is meer
dan wat je mist in het leven.


Psalm 23:1
De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets.

Mag ik eens met jouw zaken bemoeien?
Wat weerhoudt je ervan om gelukkig te zijn? Hoe zou je de volgende zin invullen?
“Ik zal pas gelukkig zijn als………………….”?
Als ik genezen ben. Als ik promotie maak. Als ik getrouwd ben. Als ik weer vrijgezel ben. Als ik rijk ben. Wat zou jij invullen?


Houd dat in gedachten, dan stel ik je nog een vraag.
Als jouw wens nou eens niet uitkomt?
Als de situatie niet verandert? Kun je dan toch gelukkig zijn?
Als dat niet het geval is dan leef je maar in een koude, ontevreden wereld. Dan ben je gevangen.


Dit thema kwam mij vorig jaar op 3 Oktober wel 3 keer onder ogen, als tekst om te lezen en een podcast van Eva die ik beluisterd heb.
Dat raakte me en vond ik boeiend.
Volgende dag, 4 Oktober, kreeg ik heel veel pijn aan mijn pols en hand. Ik kon er ’s nachts niet van slapen. Het bleek artrose te zijn. Toen ik aan deze tekst dacht had ik het gevoel alsof ik voorbereid werd hoe ik met mijn omstandigheden moest omgaan.
Artrose is namelijk iets blijvends. Sinds December zijn mijn knieën ook begonnen met artrose verschijnselen. Ik ben nog vrij jong en kan me druk maken om wat er nog meer komen gaat. Hoe moet het dan wel niet als ik ouder wordt enz.


Het is belangrijk om dan te weten dat God mijn Herder is.

Je hebt een God die jou en mij hoort, de kracht van Liefde achter je, de heilige Geest in je en de hemel voor je.

Als jij de Herder toelaat in je leven dan is er genade voor elke zonde, leiding bij elke splitsing, licht in het donker en een anker in elke storm.

Je hebt dan alles wat je nodig hebt.
Dat is ook wat mij helpt en troost en hoop geeft.




De naam HEER (Jahweh) betekent: Hij is erbij, altijd actief aanwezig (‘Ik ben, die ik ben’). De eerste zin klinkt in het Hebreeuws zo: Adonai ro’i, lo echsar. Het woord voor herder lijkt heel sterk op de woorden voor a. zien (we worden gezien door de HEER) en b. vriend (warme betrokkenheid). ‘Mij ontbreekt niets’.


Ik ben je herder. Ik zorg voor je. Probeer je dat elk dag opnieuw te realiseren. Je bent niet alleen. Ik ga voor je uit. Ik ben om je heen. Ik zie je en Ik ken je. Als je dat diep tot je door laat dringen, zul je ook ontdekken dat het je aan niets ontbreekt. Want Ik ben alles voor je. Alles wat je nodig hebt, vind je bij Mij. Ik ben je herder. Volg mij.






Gedeelten tekst gebruikt van
Max Lucado
Jos Douma

maandag 9 december 2019

Advent ~ Laat jullie licht schijnen







Matttheüs5:16
Laat op dezelfde manier jullie licht schijnen voor de mensen. Laat hun de goede dingen zien die jullie doen. Dan zullen ze jullie hemelse Vader ervoor prijzen."
(Basis Bijbel)



Advent. Letterlijk betekent dat: Komst, Aankomst. 
En dat gaat dan over het komen van Christus om ons te verlossen. Hij wil in de verlorenheid en duisternis van ons leven schijnen als een helder licht. 
Hij wil de nacht van ons leven verjagen en het dag maken. 
Advent dat is: de duisternis van de nacht achter je laten en je overgeven aan het licht van de dag. Dat is je overgeven aan Christus.

Advent is ook de tijd van inkeer en stilte, van ootmoed en ernst. Voordat we uitbundig het Kerstfeest vieren (inclusief kleurige kerstballen en een heerlijk kerstdiner) is het goed om je in stilte te bezinnen op het komen van Christus.







Het is de boodschap van het donker. Het donker dat zo dicht is, dat je geen hand voor de ogen kunt zien. Alleen als je die donkerheid ontdekt in je eigen leven, ontdek je ook het licht dat schijnt. Licht heeft pas zin als het schijnt in het donker.

Zo kan het licht van Christus ook alleen maar schijnen als je je bewust bent van het donker in je leven.

Want wat moet jij met licht, als het helemaal niet donker is? Dat heb je dan niet nodig. En zo komt het licht van het kerstfeest ook alleen maar tot zijn recht als het schijnt in het duister.
Dat is Advent. De dichte donkerheid in je eigen leven onder ogen zien, en dan kijken naar het licht.



Maar hoe laten wij ons licht schijnen?
Ik denk dan aan het beeld van een reflector Die reflecteert het licht. En soms lijkt het wel, alsof die zelf licht geeft Dat is wat wij doen: reflecteren van het licht.
Jezus zegt hier niet dat wij ons best moeten doen om licht te worden. Hij roept ons niet op om licht te produceren. Jezus zegt: jullie zijn(!) het licht in de wereld. Als je aan mijn voeten zit, als je werkelijk mijn leerling wilt zijn en mij wilt en durft te volgen. Dan ben jij een lichtje in deze wereld. Verstop jezelf dan niet, maak je niet onnodig klein.



En nu zegt Jezus, wat zou het zonde zijn als dat licht dat van binnen schijnt en schittert, verborgen zou blijven, weg gestopt, verdoezeld. Uit verlegenheid, uit valse schaamte. Nee, laat het schijnen voor de mensen. Zodat zij jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. Er zit in jullie een geheim dat zo krachtig is dat het mensenlevens blijvend kan veranderen.











vrijdag 8 november 2019

Geloven & Vertrouwen




Oh wat heb ik soms nog zo mijn worstelingen met de dingen die ik niet goed, zeg maar verkeerd, doe. En hoe ik dan eigenlijk zo vertrouw op mijn eigen inzet om zo in Gods ogen heilig te zijn en te leven.
Zo werd ik vandaag ook doordrongen in mijn strijd van geloven en ik de teksten van Galaten 3 onder ogen kreeg.
Die woorden kwamen binnen!
Daarom wil ik dit met jullie delen, omdat ik weet en denk dat ik niet de enige ben die daar op zijn tijd mee te kampen heeft. En ook om mijn zwakheden te delen. Dat als je eenmaal gelooft dat het  geloof zo ook op en neer kan gaan. Dat je mag leren te blijven vertrouwen op Jezus Christus.

Galaten 3:1-5 en 24-29

O, domme Galaten! Wie heeft jullie betoverd? Hoe kan het dat jullie het goede nieuws niet langer gehoorzamen? Ik heb jullie toch zó duidelijk de gekruisigde Christus beschreven! 
Laat mij jullie deze ene vraag stellen: hebben jullie de Geest gekregen doordat jullie je aan de wet van Mozes hielden? Of kregen jullie Hem doordat jullie het goede nieuws hebben gehoord en geloofd? 
Zijn jullie dan zó dom? Jullie zijn je nieuwe leven begonnen met de Geest. Eindigen jullie dan nu met het houden van regels? 
Is alle ellende die jullie vanwege het geloof overkomen is, dan helemaal voor niets geweest? Als jullie je nu weer aan de wet gaan houden, is het inderdaad helemaal voor niets geweest. 
God heeft jullie zijn Geest gegeven en doet wonderen bij jullie. Doet Hij dat omdat jullie je zo goed aan de wet van Mozes houden? Of doet Hij dat omdat jullie geloven wat ik jullie heb verteld?


Maar voordat dit geloof er kwam, beschermde de wet ons. De wet hield ons op het rechte pad. Pas later zouden we begrijpen dat we geloof nodig hebben. 
De wet van Mozes was dus bedoeld om ons te leiden en op te voeden totdat Christus zou komen. En door in Christus te gaan geloven, zouden we kunnen worden vrijgesproken van schuld. 
En nu het geloof is gekomen, hoeven we niet meer door de wet van Mozes geleid en opgevoed te worden. 
Want door jullie geloof in Jezus Christus zijn jullie allemaal kinderen van God geworden. 
Want alle mensen die in Christus zijn gedoopt, worden met Christus bedekt. Hij bedekt je zoals een kledingstuk je bedekt.  
Hierbij maakt het niet uit of je Jood of geen Jood bent, slaaf of vrij mens, man of vrouw. Jullie zijn namelijk allemaal één in Jezus Christus.

En als jullie van Christus zijn, zijn jullie kinderen van Abraham.  Daarom erven jullie zijn belofte. Zo is de belofte die God vroeger aan Abraham deed, nu ook voor jullie.

(Basis Bijbel)



In de brief aan de Galaten wordt duidelijk dat het evangelie van Paulus (‘Vertrouw op Christus alleen!’) door Joodse dwaalleraars wordt ontkracht. De Galaten (christenen uit de heidenen) worden verleid om zich te houden aan de wetten van Mozes. Dat lijkt aantrekkelijk, want een leer met strenge regels moet toch wel serieuzer zijn dan een leer waarin alles draait om vertrouwen en overgave? Zo wordt het evangelie van Christus en zijn genade verdraait.

Een manier van denken en leven die ons mensen allemaal eigen is
Toen al in Palus’ tijd. Maar vandaag nog steeds. Als ik zus of zo leef, dit of dat doe, dan krijg ik daarmee bevestiging en waardering van anderen, dan tel ik mee, zien ze mij staan. Dus: goedkeuring afkopen door wat je doet. Een soort ruilhandel. Voor wat hoort wat. Ik ben aardig voor jou, dan ben jij ook aardig voor mij… 
Zo kun je ook met God omgaan. Hij ziet mij pas echt staan, als ik mijn best doe voor Hem. Als ik goed leef, dan geeft Hij mij wat ik wil: rust, vrede, zegen… Hoe meer ik me voor Hem inzet, hoe groter zijn waardering wordt voor mij…  Paulus zegt: ik weet er alles van. Ik heb zelf ook zo geleefd. Ik dacht ook dat ik mijn eigen leven kon maken. En ik had het helemaal gemaakt. Paulus vertelt erover in Galaten 1, 13-14: ik heb de gemeente van Jezus fanatiek vervolgd, niemand was meer en beter Jood dan ik, ik zette vol overgave en hartstocht mijn beste beentje voor. Ik dacht dat dat werkte, dat ik daarmee geluk zou vinden, bestaansrecht voor God zou krijgen. Ook ik: ik dacht dat ik mijn eigen leven kon maken…


Paulus ontdekte de kracht van Gods genade. In één keer kwam het binnen dat God geen God is die prestaties eist: jij moet je eerst waarmaken voor Hem, vervolgens kijkt Hij of jij zijn liefde waard bent. Nee, Hij houdt van je, onafhankelijk van wat je doet, met een onvoorwaardelijke liefde, zonder eisen en verwachtingen vooraf. En dat is zo uniek! Gods liefde kun je niet, hoef je niet af te kopen met de manier waarop jij leeft! God rekent juist af met dat dodelijke denken van ‘voor wat hoort wat’, de ruilhandel waarin wij mensen verstrikt zitten. Eerst presteren, goed leven, liefde afkopen, waardering verdienen.

Geloven en vertrouwen
In het Grieks wordt steeds hetzelfde woord gebruikt voor de woorden geloven en vertrouwen. Dit geeft aan dat geloven meer is dan iets voor waar aannemen.
Geloven dat Jezus heeft bestaan betekent nog niet zoveel. Dat zou je gewoon kunnen aannemen als geschiedenis. maar het gaat erom dat je Hem vertrouwt! 
Als jij denkt (meer van) Gods Geest te kunnen ontvangen door nog heiliger en gehoorzamer te worden, dan verwacht je het toch weer van jezelf.
Je ontvangt de Geest alleen door het geloof in Jezus Christus.
Natuurlijk hoort daar een andere levensstijl bij, maar dan niet als voorwaarde, maar als gevolg.





De wet als spiegel
Als je in de spiegel kijkt terwijl je onder de modder zit, dan kan je zien hoe vies je bent.
Meer kan de spiegel niet doen. Om weer schoon te worden is iets anders nodig.
Zo is de wet ook een spiegel. Hij is ingevoerd om ons bewust te maken van de zonde.
Om weer schoon te worden is het nodig om te vertrouwen op Jezus Christus.


‘Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgeven’.
En dus, mijn eerste levensbehoefte is Jezus. Jezus en de liefde die Hij geeft. Daar bouw ik mijn leven op. Ieder mens heeft honger naar aandacht, naar liefde, naar waardering. Zodat je weet en beseft: ik doe ertoe, ik word gezien en geliefd. We zijn er allemaal naar op zoek. En denken die allemaal te kunnen krijgen door wat je zelf doet. Paulus zegt: die honger kun je nergens dieper en beter stillen dan bij Jezus. Wat ik het meest nodig heb is Jezus’ liefde.

Dit leven van ons met al zijn
kwetsbaarheid en zwakte. Met zijn zonde, ziekte, twijfel, terugval en aanvechting. Steeds weer die zuigkracht om te rekenen op jezelf, te bouwen op wat je zelf kunt. Vaak genoeg gaat het mis. Val je terug. Of valt het nog tegen. Maar ik weet en geloof dat Jezus mij lief heeft en alles voor mij heeft gegeven. Dat sleept mij erdoorheen. Ik bouw mijn leven op Jezus’ liefde voor mij!

(gedeelten tekst overgenomen van ds. Oldenhuis)






vrijdag 19 april 2019

Mijn God!


Elk jaar vieren christenen Pasen om de opstanding van Jezus te gedenken. Naast dat het een mooie en Christelijke traditie is, is het vooral het mooiste liefdesverhaal ooit! God heeft het leven van Zijn enige Zoon, Jezus geruild voor ons leven!




Híj werd mishandeld vanwege ónze ongehoorzaamheid aan God.
Híj werd geslagen omdat wíj zoveel slechte dingen deden.
Híj kreeg de straf, zodat wíj vrede met God zouden kunnen hebben.
Zíjn lichaam werd stukgeslagen met de zweep, zodat wíj genezing zouden kunnen krijgen van onze ziekten.
Jesaja 53:5 - BB

Wees vol blijdschap als je denkt aan alles wat Jezus voor jou en mij heeft gedaan!
Hij heeft de grootste vernederingen ondergaan zodat jij je hoofd weer omhoog kan houden (zie Jesaja 53:3-10).
Hij vernietigde de macht van de zonde: je bent dus geen slaaf meer, maar vrij! (zie Johannes 8:36)
Hij was gescheiden van Zijn Vader zodat jij verzoend kon worden met je Schepper (zie Hebreeën 10:19-22).
Hij overwon de dood om jou het eeuwige leven te geven (zie Romeinen 6:23).
In Jezus heb je alles: vrede, vrijheid, vergeving, overwinning en het eeuwig leven!


In het negende uur gaf Jezus een schreeuw en riep luid: 'Eli, Eli, lema sabachtani?' 
Dat wil zeggen: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?'
(Matteüs 27:46)

Verlaten
Ik heb Jezus verlaten zodat Ik jou nooit meer zou verlaten. 
Ik ben altijd bij je. Wat was het donker. Wat was het alleen. 
Wat was het eenzaam. Doods en duister. 
Wat ging de schreeuw van Jezus als een zwaard door Mijn hart. 
'Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?' 
Ja, Ik liet Hem alleen, zodat Ik jou nooit meer alleen zou hoeven laten. Verbijsterend was het. 
Maar het was nodig voor een vernieuwde verbondenheid. 
Weet het, na de dood van Jezus aan het kruis eens en voor altijd zeker: 
Ik laat je nooit alleen. Ik zal je nooit verlaten.

Mijn kind, Mijn kind, Ik laat je nooit alleen.






Dit is wat ik heb, het is niet zoveel

Ik kan vaak moeilijk denken in wat ik allemaal wel en niet (goed) moet doen. Dat is een speciale doel moet hebben in het leven enzo, dat he...